Analyse en beleggingsresultaten

Hoge inflatie leidend

De extreem hoge inflatie in Europa en de Verenigde Staten is het meest besproken onderwerp in de financiële wereld. De inflatie leidde immers al tot aanzienlijk hogere rentestanden. Daardoor is de angst voor een recessie fors toegenomen.


Op aandelen- en obligatiemarkten waren de gevolgen van de hoge inflatie en de recessievrees dit kwartaal duidelijk merkbaar. Zelden daalden de koersen van obligaties zo hard. Daarnaast is ook de hoge correlatie met dalende aandelenkoersen opmerkelijk.


“De correlatie tussen de fors dalende obligatie- en aandelenkoersen is zeldzaam hoog.”


Stijgende rente zorgt voor dalende obligatiekoersen

Medio 2021 was de gangbare gedachte binnen de financiële wereld dat de inflatiestijging grotendeels tijdelijk was. Na een jaar zou ‘de inflatie wel weer normaliseren’ hoorden we vanuit centrale banken. De inflatie steeg al langere tijd. De heropening van de economie na de COVID-19-pandemie zorgde al voor een toename in de economische activiteit. Consumenten­bestedingen namen massaal toe, terwijl distributieketens maar langzaam op gang kwamen.

De levertijd van veel producten en diensten nam toe en prijzen stegen. Daarnaast trok ook de arbeidsmarkt aan.


Hoe anders was het sentiment het afgelopen kwartaal. COVID-19 hield China nog deels in haar greep. Distributieketens liepen nog steeds moeizaam en de prijzen van goederenvervoer waren nog altijd hoog. Energie- en voedselprijzen stegen verder, mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Op de arbeidsmarkt was personeel bovendien schaars. Verschillende centrale banken hebben de rente inmiddels al een paar keer moeten verhogen. Andere kondigden aan dit binnenkort te moeten gaan doen om de torenhoge inflatie te bedwingen.


De hoge inflatie heeft er mede voor gezorgd dat de rente op de kapitaalmarkt sterk is gestegen. En dat heeft weer geleid tot fors lagere koersen op de obligatiemarkten. De correlatie tussen de fors dalende obligatie- en aandelenkoersen is zeldzaam hoog. Door de vrees voor een recessie werden sommige obligaties bovendien extra geraakt. De oorzaak hiervan was de verder gestegen risico-opslag. De koersdalingen dit kwartaal maken 2022 tot dusver het ‘slechtste obligatiejaar in tientallen jaren’.


Recessievrees neemt toe

Een langdurig hoge inflatie werkt destabiliserend op de economie. Het zorgt voor koopkrachtverlies bij consumenten, tast de winsten aan van bedrijven en voedt de vrees voor een recessie. Centrale banken voelen zich daarom gedwongen om in te grijpen. Het middel dat ze daarvoor inzetten, is ‘het verhogen van de beleidsrente’. Lenen voor bedrijven en consumenten wordt zo duurder, waardoor de inflatie daalt.


Met het rente-instrument willen centrale banken de inflatie onder controle krijgen. Dat is een hele balanceeract. Het is namelijk buitengewoon ingewikkeld om de juiste hoogte van de rente te bepalen. De kans is groot dat de economie te sterk wordt afgeremd, met een recessie tot gevolg. De aandelenkoersen reageerden dit kwartaal negatief op de toegenomen recessievrees.


Waardeontwikkelingen van de beleggingen

De hoge inflatie, de gestegen rente en de recessievrees hadden een fors negatieve impact op bijna alle beleggingscategorieën. Over het tweede kwartaal van 2022 hebben onze modelportefeuilles een negatief rendement behaald.

Daling aandelenkoersen

Aandelenkoersen kregen een flinke tik te verwerken. Over het tweede kwartaal zijn aandelenkoersen wereldwijd met gemiddeld 10,2% gedaald. Vooral de angst voor een recessie en de neerwaartse aanpassing van de winstverwachting hakten er flink in.


Regionaal daalden aandelen in Noord-Amerika het meest. Valutaontwikkelingen beperkten de daling iets. De US-dollar steeg namelijk met ruim 5% ten opzichte van de euro en dat is gunstig voor Europese beleggers. In de Pacific was dit kwartaal slechts sprake van een kleine daling.

“De sectoren energie en gezondheidszorg presteerden het best”

Groeiaandelen daalden het sterkst, vooral hooggewaardeerde bedrijven uit de technologie­sector corrigeerden fors. Maar ook waardeaandelen ontkwamen niet aan een daling, al was deze veel kleiner dan van groeiaandelen. De sectoren energie en gezondheidszorg presteerden het best.

Regionale aandelenrendementen

1 april 2022 t/m 30 juni 2022

Europa

MSCI Europe Index

-9,0%

De huidige economische gevolgen van de situatie in Oekraïne voor Europa zijn niet noemenswaardig veranderd. Het grootste economische effect daarvan voor Europa waren nog steeds de hoge voedsel- en energieprijzen. Deze hebben ervoor gezorgd dat de inflatie in veel landen nog steeds op een té hoog niveau stond.


Inmiddels heeft de ECB de beleids­rente met 0,5% verhoogd. Meer rente­verhogingen zullen volgen om de hoge inflatie te bestrijden. Het risico daarvan is dat de economische groei te sterk vertraagt en de economie in een recessie belandt. De angst voor een recessie heeft ervoor gezorgd dat aandelenkoersen in Europa gemiddeld met 9% zijn gedaald dit kwartaal.

Noord-Amerika

-12,3%

MSCI North America Index

Ook in Noord-Amerika waren de inflatiezorgen groot. Ondanks een minder grote afhankelijkheid van de import van olie en gas, heeft de regio last van de gestegen energieprijzen. De arbeidsmarkt is bovendien sterk, waardoor er een tekort aan werknemers is en de lonen stijgen. Dit dreef de prijzen op. 


Toch zijn in Noord-Amerika de eerste tekenen van afkoeling al zichtbaar. De economische groei in het eerste kwartaal kwam uit op -1,6%. Ook de huizenmarkt toonde tekenen van verzwakking. De twee renteverhogingen van de Fed lijken nu dus al gevolgen te hebben.


De hogere kosten om geld te lenen hadden vooral veel impact op de hooggewaardeerde technologie­aandelen. Koersen in deze sector daalden ruim 22%. Gemiddeld daalden aandelen­koersen in Noord-Amerika met 12,3% in het tweede kwartaal. Daarmee is Noord-Amerika een van de slechtst presterende regio’s.

Opkomende landen

-7,4%

MSCI Emerging Markets Index

De aandelenkoersen in opkomende landen daalden gemiddeld met 7,4%. Daarmee presteerde de ‘categorie op­kom­ende landen’ gemiddeld het minst slecht. Wel waren er tussen de diverse landen grote verschillen. Dit kwartaal bleven de koersen in China erg goed overeind met koers­stijgingen rond de 5%. Er zijn nog steeds grote problemen in de vast­goed­sector en de aan­verwante financiële sector. Desondanks blijven beleggers vertrouwen houden in toekomstige steun­maatregelen van de Chinese overheid en centrale bank.

Daarentegen waren er forse correcties op de aandelen­beurzen in Zuid- en Latijns-Amerika. Landen in die regio hebben naast economische teruggang veel last van valuta­effecten, die leiden tot hogere rentekosten door de gestegen US-dollar. Koersen daalden in sommige landen met ruim 20%.

Pacific

-10,0%

MSCI Pacific Index

In de Pacific zijn aandelen­koersen dit kwartaal gemiddeld met 10% gedaald. Australië en Japan, de twee belangrijkste landen in de regio, hebben last van de wereldwijd afgenomen economische activiteit. Dit komt met name doordat de economie in beide landen op de export is georiënteerd. De koersen in Australië daalden met ruim 13%. Het land had vooral last van de gedaalde grondstofprijzen. De koersen in Japan daalden met 9,7%.

Bron: Bloomberg / Morningstar

Slechtste periode in tientallen jaren

Nagenoeg alle typen obligaties hebben dit kwartaal terrein moeten prijsgeven. Wereldwijd daalden de koersen gemiddeld met 8%. Verschillende factoren veroorzaakten deze daling. De sterk gestegen rentes hadden het grootste effect. Daarnaast bouwen centrale banken hun opkoopprogramma’s af. Dat zorgt voor minder vraag naar obligaties.

Daarnaast stegen bij risicovollere obligaties de spreads vanwege de verslechterde economische omstandigheden. Daarmee maakt de obligatiemarkt de slechtste periode door in tientallen jaren.

Fed trapt hard op de rem

Nadat de Fed de basisrente in maart al met 0,25% had verhoogd, verhoogde de bank in het tweede kwartaal de rente nog tweemaal. In mei schroefde de Fed de rente met 0,5% op, in juni zelfs met 0,75%. Het verraste beleggers dat de Fed zo kort na de laatste wijziging de rente opnieuw fors verhoogde. Zo’n forse verhoging vond voor het laatst bijna 30 jaar geleden plaats. De Fed toont hiermee aan dat het ze menens is om de hoge inflatie aan te pakken. Mede vanwege de onvoorspelbaarheid van de Fed daalden koersen van obligaties.


ECB kondigde maatregelen aan

Ook in Europa werd de ECB gedwongen iets te doen aan de hoge inflatie. De ECB verhoogde recent de rente met 0,5%. Dit is de eerste renteverhoging in 11 jaar. Ook bouwt de ECB de opkoopprogramma’s versneld af.


Problematisch in Europa zijn de onderlinge renteverschillen: die mogen niet te ver uit elkaar gaan lopen. Het verschil in rente tussen Duitsland en Zuid-Europese landen is dit kwartaal verder toegenomen. De vrees is dat deze verschillen de stabiliteit van de euro kunnen schaden. De euro daalde dit kwartaal fors, mede vanwege het renteverschil met de Verenigde Staten. De waardedaling tegenover de US-dollar was meer dan 5%.

Recessievrees stuwt risico-opslagen

De angst voor een recessie zorgde ervoor dat de risico-opslagen sterk gestegen zijn dit kwartaal. Verslechterde economische omstandigheden zorgden ervoor dat beleggers een hogere vergoeding verlangden voor het uitlenen van geld. Afhankelijk van het soort obligatie steeg de opslag dit kwartaal met tot wel 70%. Dat is een duidelijk signaal dat een recessie wordt verwacht.


De kans dat bedrijven het moeilijker gaan krijgen de komende jaren en daarmee het aantal faillissementen gaat stijgen is toegenomen. Hierdoor zijn de risico-opslagen gestegen en zijn de koersen van alle risicovollere obligaties gedaald.


Overheidsobligaties

De sterke stijging van de kapitaalmarktrente heeft de koersen van overheidsobligaties in de meeste landen sterk gedrukt. In Nederland steeg de rente met meer dan een vol procent. In Noord -Amerika steeg de rente met 0,8%. Overheids­obligaties daalden daardoor met gemiddeld 7,4% in Europa. Wereldwijd was de daling 4,3%.

Bedrijfsobligaties

Ook de koersen van bedrijfsobligaties daalden door de rentestijgingen. Daarbovenop kwam de risico-opslag die voor bedrijfsobligaties van hogere kwaliteit met bijna 40% is opgelopen. Dit vertaalt zich voor de uitgevende bedrijven direct in hogere financieringskosten. Hierdoor daalden de koersen van deze obligaties in dit kwartaal met 7,3%.

Hoogrentende obligaties

De vrees voor een onvermijdelijke recessie met daardoor meer faillissementen, was groot. De risico-opslag voor de categorie hoogrentende obligaties steeg dan ook fors. In Europa nam de risico-opslag toe met 60% en in de Verenigde Staten met 70%. Dit had een sterk negatief effect op de koersen. De gemiddelde, kortere looptijd van dit type obligaties kon de daling maar enigszins beperken. Koersen daalden in Europa met 11,2% en wereldwijd 11,3% dit kwartaal.

Obligaties van opkomende landen

In veel opkomende landen heeft de rentestijging al eerder plaatsgevonden. Obligaties van opkomende landen die noteren in sterke valuta, hadden vooral last van de sterk gestegen US-dollar. De rentekosten en aflossingen voor bedrijven werden daardoor duurder. Koersdalingen van gemiddeld 9,5% waren hiervan het gevolg. De obligaties in lokale valuta vormden dit kwartaal de minst hard geraakte categorie. Koersen daalden slechts 2,8%.

Aan inflatie gekoppelde obligaties

Aan inflatie gekoppelde obligaties zijn in de kern overheidsobligaties met een lange looptijd en daarbovenop een inflatiecomponent. De gestegen inflatie heeft tot gevolg gehad dat de rente is gestegen. Door deze rentestijging zijn de koersen van deze obligaties hard gedaald. De inflatiecomponent heeft die koersdaling maar voor een klein deel kunnen beperken. In Europa daalden de koersen met 8,2%. Wereldwijd daalden de koersen met 10,1%.

Netto rendement obligatiecategorieën

1 april 2022 t/m 30 juni 2022


-16%
-14%
-12%
-10%
-8%
-6%
-4%
-2%
0%
-7,4
-4,3
-7,3
-7,3
-11,2
-11,3
-9,5
-2,8
-8,2
-10,1
Overheidsobligaties Europa -7,4%
Overheidsobligaties wereldwijd -4,3%
Bedrijfsobligaties Europa -7,3%
Bedrijfsobligaties wereldwijd -7,3%
Hoogrentende obligaties Europa -11,2%
Hoogrentende obligaties wereldwijd -11,3%
Obligaties opkomende landen HC -9,5%
Obligaties opkomende landen LC -2,8%
Inflatie gekoppelde obligaties Europa -8,2%
Inflatie gekoppelde obligaties wereldwijd -10,1%
-7,4
-4,3
-7,3
-7,3
-11,2
-11,3
-9,5
-2,8
-8,2
-10,1
-20%
-18%
-16%
-14%
-12%
-10%
-8%
-6%
-4%
-2%
0%
2%
4%
Overheidsobligaties Europa -7,4%
Overheidsobligaties wereldwijd -4,3%
Bedrijfsobligaties Europa -7,3%
Bedrijfsobligaties wereldwijd -7,3%
Hoogrentende obligaties Europa -11,2%
Hoogrentende obligaties wereldwijd -11,3%
Obligaties opkomende landen HC -9,5%
Obligaties opkomende landen LC -2,8%
Inflatie gekoppelde obligaties Europa -8,2%
Inflatie gekoppelde obligaties wereldwijd -10,1%
-7,4
-4,3
-7,3
-7,3
-11,2
-11,3
-9,5
-2,8
-8,2
-10,1
-20%
-18%
-16%
-14%
-12%
-10%
-8%
-6%
-4%
-2%
0%
2%
4%
Overheidsobligaties Europa -7,4%
Overheidsobligaties wereldwijd -4,3%
Bedrijfsobligaties Europa -7,3%
Bedrijfsobligaties wereldwijd -7,3%
Hoogrentende obligaties Europa -11,2%
Hoogrentende obligaties wereldwijd -11,3%
Obligaties opkomende landen HC -9,5%
Obligaties opkomende landen LC -2,8%
Inflatie gekoppelde obligaties Europa -8,2%
Inflatie gekoppelde obligaties wereldwijd -10,1%
-16%
-14%
-12%
-10%
-8%
-6%
-4%
-2%
0%
-7,4
-4,3
-7,3
-7,3
-11,2
-11,3
-9,5
-2,8
-8,2
-10,1
Overheidsobligaties Europa -7,4%
Overheidsobligaties wereldwijd -4,3%
Bedrijfsobligaties Europa -7,3%
Bedrijfsobligaties wereldwijd -7,3%
Hoogrentende obligaties Europa -11,2%
Hoogrentende obligaties wereldwijd -11,3%
Obligaties opkomende landen HC -9,5%
Obligaties opkomende landen LC -2,8%
Inflatie gekoppelde obligaties Europa -8,2%
Inflatie gekoppelde obligaties wereldwijd -10,1%

Bron: Bloomberg / Morningstar